Leven/ financiële planning

Pensioenstelsel in Nederland


Het pensioenstelsel in Nederland wordt onderverdeeld in drie zogenoemde ‘pijlers’:

Eerste pijler


De ‘eerste pijler’ is een basispensioen, door de Staat geregeld. In Nederland is dit geregeld in de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze pijler heeft als doel ten minste een basisvoorziening te scheppen.

Tweede pijler


De ‘tweede pijler’ is de aanvullende oudedagsvoorziening, ook wel pensioen genoemd. Het Nederlandse aanvullend pensioen wordt door werknemers tijdens hun werkzame leven opgebouwd. De premie wordt betaald door de werkgever (mogelijk met de werknemer samen). Het pensioen is bedoeld als aanvulling op de AOW-uitkering. Het doel van de tweede pijler is om, samen met de eerste pijler, een redelijk inkomen te geven dat is gerelateerd aan het gedurende het werkzame leven genoten salaris.

Derde pijler


De ‘derde pijler’ is vrijwillig, alle inkomensvoorzieningen die mensen zelf treffen vallen hieronder zoals lijfrente, bankspaarproducten en levensverzekeringen. De producten in deze pijler zijn bedoeld voor reparatie van pensioenbreuken en -gaten.

Pensioenuitvoerders


Een pensioenregeling moet voldoen aan de voorschriften van de Pensioenwet. Deze wet heeft sinds 1 januari 2007 de Pensioen- en Spaarfondsenwet vervangen. Pensioen kan worden opgebouwd bij diverse pensioenuitvoerders. In Nederland zijn dit voor werknemers ondernemings- en/of pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en premiepensioeninstelling. Voor de directeur grootaandeelhouder is er ook de mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer op te bouwen.

Pensioenvormen


Binnen ons pensioenstelsel kunnen onderstaande pensioenvormen worden toegezegd.

Het ouderdomspensioen


Het ouderdomspensioen is een levenslange voorziening bij ouderdom voor de werknemer of de gewezen werknemer.

Het partnerpensioen


Het partnerpensioen is een inkomensvoorziening die na het overlijden van de werknemer toekomt aan de (gewezen) echtgenoot van deze werknemer. Als partner worden de echtgenoten, geregistreerde partners en ongeregistreerde partners aangemerkt. De ongeregistreerde partners komen enkel in aanmerking indien zij voldoen aan de criteria die de werkgever in de pensioenregeling hieraan stelt.

Het wezenpensioen


Het wezenpensioen (WzP) is een inkomensvoorziening die na het overlijden van de werknemer toekomt aan kinderen of pleegkinderen die maximaal 30 jaar zijn. Dit is afhankelijk van de pensioentoezegging. Ingeval van overlijden van beide ouders mag het wezenpensioen verdubbeld worden.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen


Het arbeidsongeschiktheidspensioen voor een werknemer is een inkomensvoorziening dat ingaat nadat de arbeidsongeschiktheid twee jaar heeft geduurd. De werkgever heeft de plicht om gedurende de eerste twee ziektejaren tenminste 70% van het loon door te betalen. Het ligt dan ook voor de hand dat het arbeidsongeschiktheidspensioen na deze twee jaren ingaat. Deze termijn is niet standaard voor een directeur grootaandeelhouder. Hiervoor zijn afwijkende afspraken mogelijk

Keurmerken: